ECLI:NL:RBZWB:2025:679
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bezwaar tegen DNA-afname bij minderjarige veroordeelde voor diefstal met geweld
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 28 januari 2025 het bezwaar van een minderjarige veroordeelde tegen het bevel tot afname van celmateriaal op grond van de Wet DNA. De veroordeelde was veroordeeld voor diefstal met geweld en voerde aan dat DNA-onderzoek niet van betekenis zou zijn vanwege zijn leeftijd, de aard van het misdrijf en zijn positieve ontwikkeling na de veroordeling.
De officier van justitie stelde dat geen uitzonderingsgrond van toepassing was en dat het bezwaar ongegrond moest worden verklaard. De rechtbank bevestigde dat het misdrijf valt onder de relevante categorieën waarvoor DNA-onderzoek gerechtvaardigd is en dat de uitzonderingsgronden niet van toepassing zijn. Hoewel de veroordeelde minderjarig was en sindsdien geen nieuwe strafbare feiten had gepleegd, was het recidivegevaar volgens de Raad voor de Kinderbescherming hoog.
De rechtbank concludeerde dat de persoonlijke omstandigheden en het minderjarig zijn onvoldoende zijn om af te wijken van de wettelijke verplichting tot DNA-afname. Het bezwaar werd daarom ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bevel tot DNA-afname wordt ongegrond verklaard.