ECLI:NL:RBZWB:2025:65
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting woning
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €390.000 per 1 januari 2022, en tegen de daarbij behorende aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) van de gemeente Waalwijk voor 2023.
De heffingsambtenaar had een informatiebeschikking uitgevaardigd vanwege het niet verstrekken van gevraagde informatie, maar de rechtbank oordeelde dat de bewijslastverzwaring niet proportioneel was voor het geschilpunt van de ligging van de woning. Daardoor bleef de bewijslast bij de heffingsambtenaar.
De rechtbank beoordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met de ondergemiddelde ligging van de woning, onder meer door een waardering van factor 2 toe te passen in het taxatierapport. Belanghebbende kon niet aantonen dat de waarde te hoog was vastgesteld.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard, bleef de WOZ-waarde en de aanslag OZB gehandhaafd en werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde en aanslag blijven gehandhaafd.