Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 september 2025 in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2] uit [plaats] , eisers
Procesverloop
Overwegingen
- Verslag en actiepunten Casustafel Het Zorgpunt d.d. 17 april 2019;
- Verslag en actiepunten Casustafel Het Zorgpunt d.d. 15 mei 2019;
- Verslag en actiepunten Casustafel Het Zorgpunt d.d. 26 juni 2019;
- Verslag en actiepunten Casustafel Het Zorgpunt d.d. 4 september 2019;
- Verslag en actiepunten Casustafel Het Zorgpunt d.d. 22 oktober 2019; en
- Verslag en actiepunten Casustafel Het Zorgpunt d.d. 10 december 2019;
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit van 5 januari 2024 gegrond;
- verklaart het beroep tegen het nieuwe besluit van 3 april 2025 gegrond;
- vernietigt het besluit van 3 april 2025 voor zover het college
- draagt het college op om de hiervoor genoemde drie documenten (twee agenda’s en één ander document) en het verslag van 17 april 2019 alsnog openbaar te maken, met toepassing van de weigeringsgronden genoemd in de artikelen 5.1, tweede lid, aanhef en onder sub c, sub d, sub e en sub i van de Woo;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het besluit van 3 april 2025;
- draagt het college op het griffierecht aan eisers te vergoeden tot een bedrag van
- € 187,-;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eisers tot een bedrag van in totaal