ECLI:NL:RBZWB:2025:6179
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging belastingrentebeschikkingen na vermindering wegens te hoge belastingrente
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 15 september 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak tussen twee B.V.'s en de inspecteur van de Belastingdienst over naheffingsaanslagen omzetbelasting en de daarbij in rekening gebrachte belastingrente over de jaren 2017 en 2018.
Belanghebbende had ten onrechte het nultarief toegepast op leveringen aan een in Luxemburg gevestigde afnemer en heeft dit in 2022 gecorrigeerd door creditfacturen uit te reiken en alsnog omzetbelasting af te dragen. De inspecteur legde naheffingsaanslagen op met belastingrente, die na bezwaar werden verminderd. Belanghebbende stelde beroep in tegen de belastingrentebeschikkingen.
De rechtbank oordeelde dat de beroepen gegrond zijn omdat de belastingrente na het instellen van beroep was verminderd. De rechtbank verwierp de stellingen van belanghebbende dat geen hoofdsom of renteschade zou zijn en dat het vertrouwensbeginsel of het evenredigheidsbeginsel waren geschonden. De belastingrente is terecht berekend over de periode dat de hoofdsom niet was voldaan. De rechtbank vernietigde de uitspraken op bezwaar voor zover deze de belastingrente betroffen en stelde de rente vast conform de verminderingsbeschikkingen. De inspecteur moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de uitspraken op bezwaar over belastingrentebeschikkingen en stelt de rente vast conform de verminderingsbeschikkingen.