ECLI:NL:RBZWB:2025:591
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking verzoek voorlopige voorziening bij bijstandsverlaging
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de ISD van 18 november 2024 om zijn bijstand voor twee maanden te verlagen. Nadat de ISD dit besluit heeft ingetrokken, heeft verzoeker zijn verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling van de ISD.
De voorzieningenrechter heeft de ISD in de gelegenheid gesteld te reageren, maar deze heeft niet gereageerd. De rechter overweegt dat het bestuursorgaan is tegemoetgekomen aan het verzoek door het besluit in te trekken, waardoor toewijzing van de proceskostenveroordeling passend is.
Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen. De proceskosten worden vastgesteld op één punt van €907, zijnde de kosten van het indienen van het verzoekschrift. Daarnaast kan verzoeker het betaalde griffierecht van €51 rechtstreeks bij de ISD verhalen.
De voorzieningenrechter veroordeelt de ISD tot betaling van €907 aan verzoeker. Deze uitspraak is gedaan zonder zitting en is bindend, zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: De ISD wordt veroordeeld tot betaling van €907 aan verzoeker wegens proceskosten na intrekking van het besluit tot bijstandsverlaging.