Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het procesverloop
- de processtukken zoals opgenomen in de procesdossiers met nummer BRE 24/6318 en BRE 24/6317;
- het wrakingsverzoek, ingediend op 20 mei 2025 om 02:51 uur;
- het aanvullend wrakingsverzoek, ingediend op 20 mei 2025 om 9:36 uur;
- het bericht van verzoeker met als onderwerp: bevestiging ontvangst wrakingsverzoek en verzoek tot schorsing zitting 20 mei 2025;
- een ingebrekestelling wegens structurele schending van procesverplichtingen, ingediend op 21 mei 2025 door verzoeker;
- het e-mailbericht van 21 mei 2025 van mr. Burgers, hierna te noemen de rechter, waarin hij kenbaar heeft gemaakt niet in het wrakingsverzoek te berusten;
- het e-mailbericht van 22 mei 2025 van de rechter, waarin hij kenbaar heeft gemaakt dat de geplande zitting op 20 mei 2025 geen doorgang heeft gevonden en dat deze zitting ook niet is aangevangen;
- het e-mailbericht van verzoeker van 22 mei 2025 met als onderwerp: Geen verhindering, formeel bezwaar tegen registratiedatum en procesverloop;
- het e-mailbericht van de rechter van 23 mei 2025 met een inhoudelijke reactie op het wrakingsverzoek;
- het e-mailbericht van verzoeker van 26 mei 2025;
- het e-mailbericht van verzoeker van 27 mei 2025 waarin hij aangeeft dat hij niet bij de zitting aanwezig zal zijn;
- het e-mailbericht van verzoeker van 30 mei 2025 met twee bijlagen: een procesnotitie en formele kennisgeving schriftelijke afdoening en bezwaren tegen summier verweer;
- de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek op 2 juni 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
2.Het verzoek
3.De gronden van het wrakingsverzoek
4.De reactie van de rechter
5.De beoordeling
6.De beslissing
- verklaart het verzoek tot wraking ongegrond;
- bepaalt dat de behandeling van de zaken met nummer BRE 24/6318 en BRE 24/6317 wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens indiening van het verzoek.