Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 augustus 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser diende een melding in voor het aanleggen van een uitweg met parkeerplaats en laadpunt op eigen terrein. Het college verbood dit omdat de uitweg zonder noodzaak ten koste zou gaan van een openbare parkeerplaats. Eiser stelde dat het college ten onrechte dit verbod handhaafde en voerde onder meer aan dat er geen verlies van parkeerplaatsen zou zijn en dat zijn belangen onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank overwoog dat het college voldoende had gemotiveerd dat de uitweg leidt tot het verlies van een openbare parkeerplaats, omdat parkeren ter hoogte van de uitweg niet meer mogelijk is door het geldende parkeerverbod. Het college mocht het algemeen belang van het behoud van parkeerplaatsen zwaarder laten wegen dan het individuele belang van eiser, mede gezien de aanwezigheid van openbare laadpalen en de hoge parkeerdruk in de straat.
Daarnaast faalde het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat de situaties die eiser aanvoerde niet vergelijkbaar waren; het college had voldoende onderbouwd waarom eerdere toestemmingen voor uitwegen niet op gelijke gronden waren verleend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor eiser geen uitweg mag aanleggen en ook geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het college mag het verbod op de aanleg van de uitweg handhaven.