ECLI:NL:RVS:2016:1309
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- B.J. van Ettekoven
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering uitweg en toewijzing hoger beroep tegen college Boxtel
Appellant verzocht om een uitweg te realiseren aan de voorzijde van zijn woning vanwege onvoldoende parkeergelegenheid in de wijk en de daaruit voortvloeiende gevaarlijke situaties. Na een melding op 4 juni 2014 voor het maken van een uitweg, weigerde het college van burgemeester en wethouders van Boxtel bij besluit van 12 augustus 2014 de uitweg te verlenen, met als reden dat het openbaar groen zou worden geschaad.
Appellant stelde dat het college niet binnen de wettelijke termijn van vier weken had gereageerd, waardoor het recht tot aanleg van de uitweg van rechtswege was ontstaan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde anders. Volgens de APV van Boxtel is het verboden zonder melding een uitweg te maken, maar na melding moet het college binnen vier weken voorschriften stellen of weigeren. Het college reageerde te laat, waardoor het verbod op aanleg van de uitweg is opgeheven.
De Afdeling vernietigde het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat appellant de uitweg mag realiseren. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht. Hiermee werd de rechtszekerheid gewaarborgd en het college in zijn bevoegdheid beperkt na het verstrijken van de termijn.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt herroepen en appellant mag de uitweg realiseren.