Uitspraak
1.Inleiding
2.Feiten
3.Beoordeling door de rechtbank
4.Conclusie en gevolgen
5.Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om een schadevergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende is eigenaar van een galerijflat die door de heffingsambtenaar van de gemeente Roosendaal is gewaardeerd op €161.000 per 1 januari 2023. Belanghebbende betwist deze waarde en stelt dat de woning maximaal €59.000 waard is. De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van de standpunten op de zitting en de door de heffingsambtenaar overgelegde taxatiematrix.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De gebruikte referentiewoningen zijn vergelijkbaar en de verschillen zijn adequaat gecorrigeerd. De stellingen van belanghebbende over onrechtmatig verkregen foto’s, het ontbreken van een berging, de ondergemiddelde staat van de woning en de gevolgen van de coronapandemie en oorlog worden niet gevolgd.
Het verzoek om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat de termijn van twee jaar voor bezwaar en beroep niet is overschreden. De WOZ-waarde en de aanslag OZB blijven gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.