ECLI:NL:RBZWB:2025:5165
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.A. Braber-Riemens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning in gemeente Oisterwijk
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn appartement, vastgesteld op €443.000 op de waardepeildatum 1 januari 2023. De heffingsambtenaar had de waarde gebaseerd op de aankoopprijs van €519.000 in april 2022, geïndexeerd naar €508.444, en een vergelijkingsmethode met referentiewoningen.
Belanghebbende stelde dat hij te veel had betaald vanwege een spoedige verhuizing en dat de waarde te hoog was vastgesteld, mede door een sterke stijging ten opzichte van voorgaande jaren en verschillen met andere appartementen in hetzelfde complex. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende had gemotiveerd en dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de aankoopprijs niet de waarde weerspiegelde.
De rechtbank benadrukte dat de WOZ-waarde jaarlijks wordt vastgesteld op basis van de marktwaarde op de peildatum en dat verschillen met andere jaren of appartementen niet automatisch tot een lagere waarde leiden. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de appartementen niet identiek waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de WOZ-waarde en de aanslag OZB.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.