ECLI:NL:RBZWB:2025:4496
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens onduidelijke verzending uitspraken bezwaar
Deze uitspraak betreft het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van 10 juni 2024, waarin de rechtbank de beroepen van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaarde wegens te late indiening. De beroepen hadden betrekking op navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2016 tot en met 2019.
Belanghebbende stelde dat hij de uitspraken op bezwaar later dan de dagtekening heeft ontvangen, mede door vertraging in de postbezorging naar Duitsland. De inspecteur kon niet aannemelijk maken dat de uitspraken daadwerkelijk op de dagtekening, 19 juli 2022, waren verzonden. Hierdoor is de beroepstermijn volgens de rechtbank pas aangevangen op het moment dat belanghebbende bekend werd met de uitspraken.
De rechtbank oordeelt dat het verzet gegrond is en dat de eerdere niet-ontvankelijkverklaring komt te vervallen. De procedure wordt hervat in de stand van vóór de buiten-zittinguitspraak. Tevens veroordeelt de rechtbank de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende, vastgesteld op € 226,75, vanwege het ontbreken van bewijs van tijdige verzending en de gevolgen daarvan.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de beroepen worden alsnog ontvankelijk verklaard; de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.