ECLI:NL:RBZWB:2025:4354
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2021 en 2022
Belanghebbende heeft voor de jaren 2021 en 2022 aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen ontvangen, waarbij het belastbaar inkomen uit werk en woning respectievelijk € 46.881 en € 40.528 bedroeg. De inspecteur heeft de bezwaren van belanghebbende tegen deze aanslagen en de daarbij in rekening gebrachte belastingrente ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten na schriftelijke behandeling.
Belanghebbende stelde onder meer dat hij de inkomsten uit vroegere dienstbetrekking niet heeft genoten vanwege beslaglegging in verband met alimentatieschulden en dat hij recht had op een hogere aftrek wegens betaalde partneralimentatie. De rechtbank oordeelde dat het bruto-inkomen leidend is voor de belastingheffing en dat beslaglegging niet betekent dat het inkomen niet is genoten. Tevens kon belanghebbende zijn betaalde alimentatie niet voldoende bewijzen, waardoor de inspecteur zijn correcties mocht handhaven.
Daarnaast heeft belanghebbende een restant persoonsgebonden aftrek opgevoerd, maar kon hij geen beschikking overleggen die dit rechtvaardigt. De rechtbank bevestigde daarom de correctie van de inspecteur op dit punt. Belanghebbende voerde geen zelfstandige gronden aan tegen de belastingrente. De beroepen zijn daarom ongegrond verklaard en de aanslagen en belastingrentebeschikkingen blijven ongewijzigd.
Uitkomst: De beroepen tegen de aanslagen IB/PVV 2021 en 2022 en de belastingrentebeschikkingen worden ongegrond verklaard.