Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 januari 2025 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Motiveringsbeginsel
Verbod van willekeur en vertrouwensbeginsel
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning op 1 januari 2022, die was vastgesteld op €755.000. Hij stelde dat de waarde te hoog was en dat de heffingsambtenaar niet aan zijn informatieplicht had voldaan door onder meer geen bouwtekeningen en iWOZ-kaarten te verstrekken.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar niet verplicht was deze stukken te verstrekken en dat de waardebepaling op basis van een taxatiematrix en vergelijkingsmethode voldoende was onderbouwd. Belanghebbende had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de waarde te hoog was vastgesteld.
De rechtbank wees ook de stellingen over schending van het motiveringsbeginsel, het verbod van willekeur en het vertrouwensbeginsel af. Omdat het beroep ongegrond werd verklaard, blijven de WOZ-waarde en de aanslag OZB gehandhaafd en worden geen proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de vaststelling blijft gehandhaafd.