Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 mei 2025 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [plaats 1] , eiseres
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Overwegingen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres is door het UWV een loonsanctie opgelegd waarbij de loondoorbetalingsverplichting met 52 weken werd verlengd vanwege onvoldoende re-integratie-inspanningen voor haar werkneemster die sinds maart 2020 arbeidsongeschikt is. De rechtbank beoordeelde het beroep van eiseres tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht een terughoudende toets heeft uitgevoerd op basis van rapportages van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, waarbij het advies van de bedrijfsarts niet leidend was omdat dit niet in redelijkheid kon worden geaccepteerd. De bedrijfsarts had onterecht volledige arbeidsongeschiktheid vastgesteld zonder onderbouwing en daardoor was de functionele mogelijkhedenlijst blokkerend.
Verder werd bevestigd dat de werkgever verantwoordelijk is voor de re-integratie-inspanningen en de advisering van de bedrijfsarts, en dat het onjuiste advies van de bedrijfsarts voor rekening en risico van de werkgever komt. De rechtbank concludeerde dat eiseres geen deugdelijke grond had voor haar onvoldoende re-integratie-inspanningen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de loonsanctie is ongegrond verklaard en de loondoorbetalingsverplichting is terecht verlengd.