ECLI:NL:RBZWB:2025:207
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroepen niet-ontvankelijk wegens ontbreken ingebrekestelling bij bezwaar BPM
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op bezwaren tegen de betalingen op aangiften BPM van vier auto's. De rechtbank beoordeelt of de beroepen ontvankelijk zijn, waarbij vereist is dat belanghebbende eerst een ingebrekestelling aan de inspecteur heeft gestuurd.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat de ingebrekestelling die belanghebbende heeft overgelegd betrekking heeft op een bezwaar tegen een naheffingsaanslag en niet op de BPM-bezwaren. De rechtbank acht daarom niet aannemelijk dat de inspecteur voor deze BPM-bezwaren in gebreke is gesteld.
Omdat een ingebrekestelling ontbreekt, verklaart de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk en kan zij het beroep niet inhoudelijk beoordelen. Daarnaast wijst de rechtbank het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de redelijke termijn in de procedure bij de rechtbank niet is overschreden.
De rechtbank besluit de beroepen niet-ontvankelijk te verklaren en het verzoek om immateriële schadevergoeding af te wijzen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een ingebrekestelling en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.