ECLI:NL:HR:2022:42
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vergoeding immateriële schade en proceskosten bij niet-ontvankelijkheid beroep
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag waarin de heffingsambtenaar was veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn bij de behandeling van een bezwaar en tot vergoeding van proceskosten.
De Rechtbank had het beroep van belanghebbende tegen de uitspraken van de heffingsambtenaar niet-ontvankelijk verklaard en het verzet ongegrond. Desondanks veroordeelde de Rechtbank de heffingsambtenaar tot vergoeding van immateriële schade en proceskosten.
De Hoge Raad oordeelt dat in een situatie waarin het beroep niet-ontvankelijk is verklaard, een vergoeding voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn alleen kan zien op de procedure bij de Rechtbank zelf en niet op de bezwaarprocedure bij de heffingsambtenaar. Daarom mocht de Rechtbank de heffingsambtenaar niet veroordelen tot vergoeding van immateriële schade en proceskosten.
De Hoge Raad verklaart het principale beroep gegrond, het incidentele beroep ongegrond en vernietigt het deel van de uitspraak van de Rechtbank dat de heffingsambtenaar veroordeelt tot vergoeding van immateriële schade en proceskosten. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Deze uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van vergoeding van immateriële schade bij overschrijding van redelijke termijnen in bestuursrechtelijke procedures waarin het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het deel van de uitspraak van de Rechtbank dat de heffingsambtenaar veroordeelt tot vergoeding van immateriële schade en proceskosten wegens overschrijding van de redelijke termijn.