ECLI:NL:RBZWB:2025:2028
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens overschatting en toepassing meerderheidsbeginsel
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning, die was vastgesteld op €741.000 per 1 januari 2022. De woning was kort na deze waardepeildatum gekocht voor €761.000, waarbij de vraagprijs €715.000 bedroeg. Een NWWI-taxatie gaf een waarde van €710.000 aan. De heffingsambtenaar stelde in beroep dat de WOZ-waarde moest worden verlaagd naar €710.000, terwijl belanghebbende een lagere waarde van €695.000 vorderde.
De rechtbank overwoog dat bij een recente aankoop de koopsom in principe de waarde in het economische verkeer weerspiegelt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat dit niet het geval is. Belanghebbende stelde dat de economische omstandigheden uitzonderlijk waren en dat er overboden moest worden, waardoor de koopsom niet de werkelijke waarde zou weergeven. De rechtbank vond dit onvoldoende aannemelijk en concludeerde dat de koopsom de waarde weerspiegelt.
Daarnaast voerde belanghebbende strijd met het meerderheidsbeginsel aan, maar de rechtbank oordeelde dat de aangedragen vergelijkingsobjecten niet identiek waren, zodat dit beginsel niet van toepassing was. De rechtbank stelde de WOZ-waarde vast op €710.000 en vernietigde het bezwaarbesluit. Tevens werd belanghebbende een proceskostenvergoeding toegekend en werd de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd.
De uitspraak werd gedaan door rechter S.J. Willems-Ruesink op 8 april 2025 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Belanghebbende kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verlaagd naar €710.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd.