ECLI:NL:RBZWB:2025:194
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM en toekenning immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft een gebruikte personenauto uit het buitenland ingeschreven in het Nederlandse kentekenregister. De inspecteur legde een naheffingsaanslag BPM op van € 2.058 met € 13 belastingrente. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag en stelde dat de waardebepaling onjuist was vanwege niet erkende schade en een te lage historische nieuwprijs.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de auto ten tijde van de aangifte de gestelde schade had. De inspecteur is niet gebonden aan branchebeleid over acceptabele gebruiksschade. Wel volgt de rechtbank het standpunt van de inspecteur dat de historische nieuwprijs moet worden aangepast conform het arrest van de Hoge Raad van december 2023, waardoor de naheffingsaanslag verminderd wordt naar € 1.585.
Verder is vastgesteld dat de redelijke termijn voor behandeling van bezwaar en beroep met ongeveer 22 maanden is overschreden. Belanghebbende krijgt daarom een immateriële schadevergoeding van € 2.000 toegekend. Ook wordt het griffierecht en een proceskostenvergoeding van € 3.108 aan belanghebbende toegewezen. De uitspraak vernietigt de eerdere uitspraak op bezwaar en wijst het beroep toe.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd naar € 1.585 en belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding van € 2.000 wegens termijnoverschrijding.