Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2017 van €48.024, een vergrijpboete van €24.012 en belastingrente van €8.053. De inspecteur had de naheffingsaanslag opgelegd na een controle waarbij een verschil in omzet werd vastgesteld tussen verkoopfacturen en administratie. De facturen waren op naam van een eenmanszaak van de bestuurder, maar de activiteiten waren voortgezet door belanghebbende sinds de oprichting op 7 april 2017.
De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, maar te hoog omdat ook omzet vóór de oprichtingsdatum was meegenomen. Daarom wordt de aanslag verminderd tot €29.020. De vergrijpboete wordt vernietigd omdat de inspecteur niet overtuigend heeft aangetoond dat belanghebbende opzet of grove schuld had. Er was onduidelijkheid over wie de prestaties verrichtte en wie omzetbelasting verschuldigd was.
Ook de belastingrente wordt verminderd overeenkomstig de aanslag. Belanghebbende krijgt vergoeding van gemaakte proceskosten voor reiskosten en het griffierecht. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraken op bezwaar en bepaalt dat de inspecteur de kosten moet vergoeden.