Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het overtreden van een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op de Kerkenbosplaats te Tilburg op 16 maart 2022. Betrokkene betwistte dat sprake was van parkeren en voerde aan dat de verbalisant onvoldoende had vastgesteld of er daadwerkelijk geparkeerd was. Ook werd aangevoerd dat er onduidelijkheid was over laden en lossen.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt voor de overtreding, mede omdat de verbalisant ter plaatse was en de bebording had gecontroleerd. Laden en lossen was niet aan de orde. Betrokkene had zich moeten vergewissen van de toegestane gedragingen, wat niet was gebeurd.
De rechtbank constateerde dat de redelijke termijn voor behandeling van de zaak met ruim tien maanden was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Het beroep werd daarom gedeeltelijk gegrond verklaard. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kantonrechterfase.
De boete werd gematigd tot € 75,- plus € 9 administratiekosten, en een teveel betaalde zekerheidstelling van € 25,- werd aan betrokkene terugbetaald. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd om te oordelen over bezwaren tegen de proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is met 25% gematigd tot € 75,- plus administratiekosten.