ECLI:NL:RBZWB:2025:108
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen naheffingsaanslag en verzuimboete motorrijtuigenbelasting wegens gebruik geschorst voertuig
Belanghebbende is houder van een Volkswagen Bora waarvan het kentekenbewijs van 20 mei 2022 tot 6 april 2024 geschorst was. Tijdens een controle op 25 juli 2023 werd vastgesteld dat de auto geparkeerd stond aan de openbare weg, ondanks de schorsing. De inspecteur legde een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting op over de periode van 9 augustus 2022 tot 8 augustus 2023 en een verzuimboete.
Belanghebbende voerde aan dat het motorblok kapot was en de auto slechts kortdurend buiten de garage stond. De rechtbank stelde vast dat het gebruik van de weg met een geschorst voertuig leidt tot naheffing en dat de periode van naheffing correct is vastgesteld, ongeacht de duur van het gebruik. De boete werd passend geacht omdat belanghebbende op de hoogte was van de schorsingsregeling en eerdere naheffingsaanslagen had ontvangen.
De rechtbank concludeerde dat de naheffingsaanslag en boetebeschikking terecht en niet te hoog zijn opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard, zonder toekenning van proceskostenvergoeding of griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag en verzuimboete motorrijtuigenbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag en boete blijven in stand.