Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor het niet verlenen van voorrang aan bestuurders van rechts op een kruispunt te Breda op 23 augustus 2022. Betrokkene stelde dat hij linksaf sloeg en dat de scooter hem niet had afgesneden, terwijl de verbalisanten een kleine afstand constateerden die gevaar of hinder veroorzaakte.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisanten voldoende bewijs vormt dat de gedraging is verricht, en dat betrokkene geen specifieke feiten aanvoerde die twijfel rechtvaardigen. De boete is daarom terecht opgelegd.
Echter, de procedure duurde meer dan twee jaar, waardoor de redelijke termijn is overschreden. Dit leidde tot matiging van de boete met 25%. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter.
De officier van justitie wordt opgedragen het te veel betaalde bedrag terug te betalen en de proceskosten van € 875,- te vergoeden. Het beroep is daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard, de boete wordt met 25% gematigd en proceskosten worden toegekend.