ECLI:NL:RBZWB:2024:9293

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 november 2024
Publicatiedatum
9 januari 2025
Zaaknummer
11115746 - MB VERZ 24-638
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 4:84 AwbWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens geslotenverklaring motorvoertuigen

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden in een gebied met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen op 1 oktober 2022 in Breda. Tegen de boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die dit ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter, die op 21 november 2024 uitspraak deed.

De kantonrechter constateerde dat de overtreding vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en ondersteunend bewijs zoals foto's en proces-verbalen. Betrokkene voerde geen specifieke feiten aan die twijfel aan de vaststelling rechtvaardigen. Wel werd erkend dat de redelijke termijn van twee jaar voor de behandeling van de zaak was overschreden, aangezien de boete op 5 november 2022 werd opgelegd en de uitspraak op 21 november 2024 plaatsvond.

Daarom matigde de kantonrechter de boete met 25%. Tevens werd de officier van justitie opgedragen het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terug te betalen en werd een proceskostenvergoeding van €218,75 toegekend voor de fase waarin de redelijke termijn werd overschreden. De beslissing van de officier van justitie werd daarmee gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.

Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn en een proceskostenvergoeding toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 11115746 \ MB VERZ 24-638
CJIB-nummer: 1062 5422 5338 8702
uitspraakdatum: 21 november 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. N.G.A. Voorbach (Verkeersboete.nl)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 november 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12 op de Houtmarkt (richting Karnemelkstraat) te Breda op 1 oktober 2022 om 11:33 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift bij de kantonrechter geen (nadere) gronden aangevoerd. Gemachtigde stelt enkel dat de redelijke termijn is overschreden en verzoekt de sanctie te matigen met 25%. Gemachtigde heeft in het administratief beroep samengevat aangevoerd dat de boete onterecht is opgelegd. De gemachtigde stelt dat de officier van justitie op grond van artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft gehandeld in strijd met de beleidsregels die zijn neergelegd in de Beleidsregels en het Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden. Daarnaast is er niet onderbouwd waarom er geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren. Daartoe is aangevoerd dat de gedraging kan worden vastgesteld. Het dossier bevat een foto van de gedraging. Voorts bevat het dossier, buitenom de verklaring van de verbalisant uit het zaakoverzicht, een aanvullend proces-verbaal van 1 oktober 2022 en 1 november 2022, waarin wordt aangegeven dat de bebording en herhalingsborden duidelijk zichtbaar waren. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt de sanctie met 25% te matigen wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd.
Overschrijding redelijke termijn
Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 5 november 2022 en is de redelijke termijn dus met ruim twee weken overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Nu de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten in de fase waarin de redelijke termijn is overschreden, dus de kosten van het beroep bij de kantonrechter. De proceskostenvergoeding bedraagt
1 punt x gewicht 0,5 x € 875,- = € 437,50 / 2 = € 218,75 (wegens samenhang van zaken).

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 75,- plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 25,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 218,75.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: