Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd wegens het rijden in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen op de Houtmarkt te Breda op 6 juni 2022. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en dat de ontkenning van betrokkene niet voldoende is om dit te betwisten. Wel is vastgesteld dat de redelijke termijn van berechting is overschreden, aangezien de procedure langer dan twee jaar heeft geduurd vanaf het opleggen van de boete op 2 juli 2022.
Hierdoor wordt de boete gematigd met 25%, waarbij het teveel betaalde bedrag aan zekerheid wordt terugbetaald. Tevens wordt een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter, omdat de overschrijding van de redelijke termijn zich in deze fase voordeed. Het beroep wordt daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie gewijzigd.
Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn en proceskosten worden toegekend.