Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het als brom- of snorfietser doorgaan bij een rood verkeerslicht op de Nassausingel te Breda op 7 oktober 2022. Tegen de boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Op de zitting van 3 december 2024 verscheen de officier van justitie, betrokkene en zijn gemachtigde waren afwezig. De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant voldoende blijkt dat de gedraging heeft plaatsgevonden en verwierp de betwisting van betrokkene. De boete is terecht opgelegd.
De kantonrechter stelde vast dat de redelijke termijn van behandeling van de zaak was overschreden, aangezien de procedure langer dan twee jaar duurde. Hierdoor matigde hij de boete met 25%. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de fase waarin de termijnoverschrijding plaatsvond.
De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen aan betrokkene. De uitspraak werd openbaar gedaan op 3 december 2024 door kantonrechter M. Breeman.
Uitkomst: De boete voor doorrijden bij rood licht wordt gematigd met 25% vanwege overschrijding van de redelijke termijn en de officier van justitie moet proceskosten vergoeden.