Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het stil laten staan van een voertuig op een plek waar dat volgens bord E2 verboden is, op de Nieuwe Inslag te Breda op 19 maart 2022.
Betrokkene voerde aan dat het voertuig niet aan de kant van het verbod stond en dat het parkeerverbod niet op die plek gold. De officier van justitie stelde dat uit foto’s en Google Maps bleek dat het voertuig wel degelijk aan de kant van het verbod stond.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en de boete terecht is opgelegd. Wel is de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak met meer dan vier maanden overschreden, waardoor de boete met 25% wordt gematigd. Tevens wordt een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter.
De boete wordt gematigd tot € 75,- plus administratiekosten en het teveel betaalde bedrag wordt terugbetaald aan betrokkene. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.