ECLI:NL:RBZWB:2024:8544

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 augustus 2024
Publicatiedatum
13 december 2024
Zaaknummer
11024565 - MB VERZ 24-405
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens snelheidsovertreding binnen bebouwde kom

Betrokkene is beboet voor het rijden met 12 kilometer per uur te hard binnen de bebouwde kom op de Moerlaken te Breda op 31 juli 2022. Betrokkene voerde aan zonder rijbewijs te hebben gereden en niet op de hoogte te zijn van de verkeersregels, maar wilde bezorgen om salaris te verdienen. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond.

De kantonrechter oordeelt dat de gedraging vaststaat en de boete terecht is opgelegd. Er is echter sprake van overschrijding van de redelijke termijn van berechting, aangezien de procedure langer dan twee jaar heeft geduurd. Dit rechtvaardigt matiging van de boete met 25%.

De beslissing van de officier van justitie wordt daarom gewijzigd en de boete gematigd tot €83,25 plus administratiekosten. Tevens dient het te veel betaalde bedrag van €27,75 aan zekerheidstelling aan betrokkene te worden terugbetaald. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete gematigd met 25% wegens overschrijding redelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer : 11024565 \ MB VERZ 24-405
CJIB-nummer : 1062 5422 5134 1344
Uitspraakdatum : 19 augustus 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 augustus 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 12 kilometer per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op de Moerlaken te Breda op 31 juli 2022 om 20:21 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt te hebben gereden zonder rijbewijs en niet op de hoogte te zijn van de verkeersregels. Hij moest bezorgen met een scooter en heeft ervoor gekozen om dat te doen, want anders zou hij zijn salaris niet krijgen. De verbalisant was erg boos volgens betrokkene, terwijl betrokkene zijn excuses had aangeboden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep inhoudelijk ongegrond te verklaren en heeft daartoe aangevoerd dat er geen reden is om aan de verklaring van de verbalisant te twijfelen. De redelijke termijn is overschreden waardoor de zittingsvertegenwoordiger verzoekt de boete te matigen met 25%.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene heeft de gedraging ook niet weersproken. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om de boete te matigen.
Overschrijding redelijke termijn
Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 31 juli 2022 en is de redelijke termijn dus met meer dan twee weken overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 83,25 plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 27,75 dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. de Brouwer, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: