Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat hij op 6 april 2022 met een snorfiets het fietspad gebruikte in plaats van de rijbaan op de Stationspassage te Tilburg. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar betrokkene stelde dat de boete onredelijk was vanwege onduidelijke bebording en dat de hoorplicht was geschonden.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststond op basis van de verklaring van de verbalisant en dat er geen reden was om daaraan te twijfelen. Wel was de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak met ruim vijf maanden overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd.
Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend wegens de overschrijding en de behandeling van meerdere samenhangende zaken. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen. De beslissing van de officier van justitie werd aldus gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete wordt gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn en betrokkene krijgt proceskostenvergoeding toegekend.