Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het niet verlenen van voorrang aan bestuurders die van rechts kwamen op een kruispunt te Giessen op 26 april 2022. Tegen de boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststond en dat de verbalisant terecht had afgezien van een staandehouding omdat deze in privétijd was en de situatie onveilig was. Hierdoor was de boete terecht opgelegd aan de kentekenhouder. Wel was de redelijke termijn van berechting overschreden met vijf maanden, waardoor de boete met 25% werd gematigd.
Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag aan zekerheid terug te betalen. De beslissing van de officier van justitie werd daarmee gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.