ECLI:NL:RBZWB:2024:779
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek dwangsom wegens onjuiste ingebrekestelling aan heffingsambtenaar gemeente Tilburg
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting 2023 en stelde een ingebrekestelling wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar. Deze ingebrekestelling werd echter verzonden naar een e-mailadres dat niet in gebruik is bij de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg. De rechtbank oordeelt dat een onjuiste adressering voor rekening van de indiener komt en dat de ingebrekestelling pas is ontvangen op het moment dat deze door het bevoegde bestuursorgaan werd ontvangen, namelijk bij het verzoek om dwangsom op 27 maart 2023, nadat de uitspraak op bezwaar al was gedaan.
De rechtbank concludeert dat de ingebrekestelling niet rechtsgeldig was en dat de heffingsambtenaar daarom niet in gebreke was gesteld. Hierdoor bestaat geen recht op een dwangsom. De overige gronden van de heffingsambtenaar behoeven geen behandeling. Het beroep van belanghebbende wordt dan ook ongegrond verklaard.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 van Pro de Awb, omdat het beroep kennelijk ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen kunnen binnen zes weken een verzetschrift indienen als zij het niet eens zijn met deze uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om dwangsom wordt afgewezen omdat de ingebrekestelling niet tijdig en niet aan het juiste contactadres is verzonden.