Eiseres heeft op 15 september 2023 een aanvraag ingediend bij de Dienst Toeslagen voor aanvullende compensatie van de werkelijke schade. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn op deze aanvraag beslist. Eiseres heeft verweerder op 16 september 2024 ingebreke gesteld, waarna twee weken zijn verstreken zonder besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en vernietigt het niet tijdig genomen besluit. Verweerder wordt opgedragen binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd, met een maximum van € 15.000,-, voor iedere dag dat verweerder de termijn overschrijdt.
Daarnaast moet verweerder het griffierecht van € 51,- en proceskosten van € 437,50 aan eiseres vergoeden. De rechtbank wijst een hogere wegingsfactor toe dan door verweerder verzocht, aansluitend op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.