Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor het parkeren van een voertuig in een parkeerverbodszone op de Koningin Wilhelminastraat te Ossendrecht op 6 augustus 2022. Betrokkene voerde aan dat hij aan het laden en lossen was met gevarenlichten aan en dat de verbalisant de pardontijd van tien minuten niet in acht had genomen. De verklaring van de verbalisant, die vijf minuten geen activiteit constateerde, werd als voldoende bewijs geaccepteerd door de kantonrechter. Er was geen reden om aan de juistheid van deze verklaring te twijfelen.
De kantonrechter stelde vast dat de procedure langer dan twee jaar duurde, waardoor de redelijke termijn werd overschreden. Dit leidde tot matiging van de boete met 25%. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding van €875 toegekend, maar deze moet volgens de wet aan betrokkene worden uitbetaald en niet aan de gemachtigde. De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en de boete gematigd tot €75 plus administratiekosten. Tevens werd een teveel betaalde zekerheidstelling van €25 terugbetaald.
Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25% tot €75 en de proceskosten van €875 worden vergoed.