ECLI:NL:RBZWB:2024:7356
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Besluit niet-beoordeling verzoek bijzondere bijstand wegens ontbreken machtiging
Eiser verzocht via zijn gemachtigde om bijzondere bijstand voor kosten van rechtsbijstand. Werkplein stelde dat het verzoek niet verder kon worden beoordeeld omdat een schriftelijke machtiging ontbrak, waardoor de gemachtigde geen belanghebbende was in de zin van de Awb.
Werkplein vroeg eiser meerdere malen om het aanvraagformulier aan te vullen, maar ontving dit niet of zonder machtiging. Het bezwaar van eiser tegen dit besluit werd ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelt dat het besluit een besluit op een incomplete aanvraag is in de zin van artikel 4:5 Awb Pro.
Hoewel eiser stelde dat het voor Werkplein duidelijk was dat zijn gemachtigde advocaat was en daarom geen machtiging mocht worden gevraagd, overweegt de rechtbank dat het bestuursorgaan in redelijkheid om een machtiging mocht vragen omdat de bijzondere bijstand rechtstreeks aan de gemachtigde zou worden uitbetaald.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.H. van der Linden op 29 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om het verzoek om bijzondere bijstand niet verder te beoordelen wegens het ontbreken van een machtiging wordt ongegrond verklaard.