Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 oktober 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende] BV ([handelsnaam] ) te [plaats 1] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van Sabewa Zeeland
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid).
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep in beide zaken ongegrond;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 40;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 110;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar de helft van het in de zaak 22/368 betaalde griffierecht, zijnde € 182,50, aan belanghebbende moet vergoeden;
- bepaalt dat de Staat der Nederlanden eveneens € 182,50 aan belanghebbende moet vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 109,35 aan proceskosten aan belanghebbende;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot betaling van € 109,40 aan proceskosten aan belanghebbende.