ECLI:NL:RBZWB:2024:7275
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde en aanslag OZB woning te Terneuzen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €117.000 per 1 januari 2021, en tegen de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB voor 2022). De heffingsambtenaar wees het bezwaar af. Belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar de waarde heeft bepaald met gebruik van een waarderapport en een taxatiematrix, waarin referentiewoningen in dezelfde straat en met vergelijkbare kenmerken zijn gebruikt. De verschillen tussen de woning en referentiewoningen zijn volgens de rechtbank voldoende en inzichtelijk verwerkt, onder meer via KOUDV-factoren en grondstaffels.
Belanghebbende voerde aan dat niet alle gevraagde gegevens waren verstrekt en dat de uitspraak op bezwaar onvoldoende was gemotiveerd. De rechtbank verwierp deze formele bezwaren, stellende dat de heffingsambtenaar niet verplicht was alle gegevens te verstrekken en dat het verslag van de hoorzitting voldoende was opgenomen.
Omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk maakte dat de waarde te hoog was vastgesteld en geen onderbouwde tegenargumenten aanvoerde, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. De beschikking en aanslag blijven daarmee in stand, en belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de beschikking blijft in stand.