Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
De feitelijke gang van zaken rondom de SkyECC hack
De interceptie van SkyECC data
opdrachtbetrekking had op het bedrijf Sky. Niet gebleken is dat dit onderzoek zich (mede) richtte op een communicatieadres van het bedrijf op Nederlands grondgebied of op het grondgebied van een ander land dan waar de interceptie heeft plaatsgevonden, zijnde Frankrijk. Dat bij de interceptie van de communicatie tussen de twee servers gegevens zijn onderschept die (naar later blijkt) afkomstig zijn van telefoons die zich mogelijk op Nederlands grondgebied bevonden, maakt het voorgaande niet anders. De rechtbank is dan ook van oordeel dat geen sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 31 van Pro de EOB- richtlijn. Aldus bestond er geen noodzaak voor het doen van een kennisgeving door de Franse autoriteiten aan Nederland en daarmee ook niet voor het doen van een toets als bedoeld in artikel 5.4.18 Sv door de Nederlandse rechter-commissaris. Dit betekent eveneens dat – anders dan de verdediging stelt – de rechtsbescherming op dit punt in Frankrijk ligt en het interstatelijk vertrouwensbeginsel onverkort van toepassing is, zoals de Hoge Raad in de prejudiciële beslissing van 13 juni 2023 (ECLI:NL:HR:2023:913) en het arrest van 13 februari 2024 (ECLI:NL:HR:2024:192) heeft overwogen.
De verwerking van SkyECC data
SkyECC berichten onderzoek Pedron
Identificatie SkyECC [account 1]
“(…) ik zoek wel verder [naam 2] ”stelt de rechtbank vast dat dit bericht direct werd opgevolgd door het bericht
“ [naam 3] ”. Gelet op het volledige chatgesprek kan naar het oordeel van de rechtbank met voldoende zekerheid worden geconcludeerd dat ‘ [naam 2] ’ een typefout was.
Bewijsminimum
Voorbereidingshandelingen artikel 10a Opiumwet (feit 1)
“die 4e jerrycan met dat beetje erin cristalliseerde in de beker. Dat is het laatste beetje wat eruit geperst is zit veel shit bij”(verstuurd op 29 november 2020) en
“deze afmaken en dan nog 2x draaien dan hebben we pas winst(verstuurd op 3 februari 2021).
Uitvoer amfetamine (feit 2)
“Zweden en Servië moeten weer vol aan de speed”is in dat verband weinig verhullend. Verder spreken de gespreksdeelnemers over het inpakken van kilo’s, dat ‘de pep’ niet in de vriezer hoeft en over levering van pakketjes. Ook worden foto’s gedeeld van doorzichtige pakketten met wit poeder en schermafbeeldingen van verzendbewijzen. Daarnaast worden er door [account 2] drie Zweedse adressen gedeeld met verdachte te weten 1) [naam 4] , [adres 1] , 2) [naam 5] , [adres 2] en 3) [naam 6] , [adres 3] .
15 kg totaal”, wanneer rekening wordt gehouden met een vermeerdering door het gewicht van het verpakkingsmateriaal en dergelijke.
“5 kilo komt aan we hebben zoeizo ons geld”. Dat de verzonden pakketten daadwerkelijk Zweden hebben bereikt volgt ook uit gegevens van PostNL dat een pakket gericht aan [naam 4] is afgehaald en uit de verklaring van getuige [naam 5] dat zij een pakket in ontvangst heeft genomen, waar haar later van bekend is geworden dat daar amfetamine in zat.
Voorhanden hebben van een vuurwapen (feit 3)
“Ga die g19 voor je regelen”en één dag later
“Nootjes krijg je van mij”. Wanneer deze berichten worden bezien binnen het geheel van de gevoerde gesprekken, staat voor de rechtbank vast dat met een ‘g19’ een Glock19 werd bedoeld en met “de nootjes” bijbehorende munitie. Dat verdachte op 2 juli 2020 daadwerkelijk in het bezit is gekomen van een Glock19 leidt de rechtbank met name af uit de op die datum aan verdachte verstuurde berichten luidende
“Schiet eens paar x in de lucht (…) kijken oftie doet”en
“Blij met ijzertj”. De rechtbank is van oordeel dat verder kan worden vastgesteld dat verdachte de aan hem geleverde Glock19 in ieder geval tot 1 januari 2021 in zijn bezit heeft gehad. Niet alleen stuurde verdachte op 22 juli 2020 een foto van een vuurwapen sterk gelijkend op een Glock19 naar [account 6] , maar ook stuurde hij op
“Ff die glock getest net”en op de vraag van [account 7] hoe de glock schiet, antwoordde verdachte op 1 januari 2021 klaarblijkelijk en schrijft [account 7] naar aanleiding van dat antwoord:
“heftig”.
Witwassen (feit 4)
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
voorbereidings- en bevorderingshandelingen als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwetdoor voorwerpen en stoffen voorhanden te hebben waarvan hij wist dat deze bestemd waren voor de productie van BMK en amfetamine. Verdachte heeft een half jaar lang een aansturende rol vervuld bij (de opbouw van) een draaiend drugslab in Rosmalen . Hij was verantwoordelijk voor het noodzakelijke betalingsverkeer en hij was steeds de persoon die door de andere betrokkenen werd gebriefd over de gang van zaken in het lab. In diezelfde periode heeft verdachte zich samen met anderen ook schuldig gemaakt aan de
uitvoer van amfetamine, waarbij verdachte dezelfde rol had. Diverse malen zijn meerdere kilo’s amfetamine per post verzonden naar Zweden. De rechtbank acht deze feiten bijzonder ernstig. Niet alleen levert het gebruik van amfetamine gevaar op voor de volksgezondheid, maar ook wordt schade aan het milieu veroorzaakt door dumpingen van chemische afvalstoffen die vrijkomen bij het productieproces van synthetische drugs. Daarnaast is het een feit van algemene bekendheid dat personen die zich schuldig maken aan de productie van en handel in synthetische drugs enorme winsten behalen, waarmee de legale economie wordt ondermijnd. Tekenend in dit verband is dat verdachte ook schuldig is bevonden aan het
witwassen van in totaal € 164.550,00door middel van underground banking. De grote financiële belangen die spelen binnen het drugscircuit, leiden niet zelden tot extreem geweld waarbij liquidaties met gebruik van automatische vuurwapens in het openbaar geen uitzondering zijn. Ook verdachte heeft blijkbaar de noodzaak gevoeld om zich te bewapenen gezien het feit dat hij een half jaar lang een
vuurwapen in zijn bezitheeft gehad, waarvan uit het dossier naar voren komt dat verdachte dit vuurwapen ook heeft afgevuurd. Naast het plegen van al deze ernstige strafbare feiten maakte verdachte zich ook samen met zijn partner schuldig aan het voorhanden hebben van
86 milliliter GHBwat bedoeld was voor eigen gebruik.
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van 7 jaar;
betaling van een geldboete van € 20.000,00;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
135 dagen;