Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.[gedaagde 1] BV,
2.
[gedaagde 2] BV,
1.De procedure
- het deskundigenbericht;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een civiele zaak waarin eiser schadevergoeding vorderde wegens vermeende schade aan zijn woning door heiwerkzaamheden uitgevoerd door gedaagde partijen. In een tussenvonnis was voorshands aangenomen dat de heiwerkzaamheden schade konden hebben veroorzaakt, maar de omvang en het causale verband waren nog onduidelijk, waarna een deskundigenbericht werd aangevraagd.
De deskundige concludeerde dat het niet aannemelijk was dat de heiwerkzaamheden schade hadden veroorzaakt, gebaseerd op prognoses van trillingsintensiteit die onder de grenswaarden bleken te liggen en een analyse van bestaande scheurvorming die grotendeels ouder was dan de heiwerkzaamheden. Een second opinion bevestigde de onderzoeksmethode maar stelde dat een hogere veiligheidsfactor had moeten worden gehanteerd, wat de kans op schade licht verhoogde, doch niet voldoende om het bewijsrisico te doen keren.
De rechtbank nam het deskundigenrapport over en verwierp de bezwaren van eiser, waaronder het betoog over zichtbare scheuren en de tijdsafstand tussen werkzaamheden en onderzoek. Eiser had onvoldoende bewijs geleverd dat de heiwerkzaamheden schade hadden veroorzaakt. De vorderingen werden afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten en tot betaling van de meerkosten van het deskundigenonderzoek, omdat de deskundige zijn uren had onderschat zonder tussentijds overleg.
De rechtbank wees tevens een verzoek tot vergoeding van kosten van een partijdeskundige af wegens het ontbreken van een reconventionele vordering. Het vonnis werd uitgesproken op 21 augustus 2024 door rechter Römers.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af omdat de schade door heiwerkzaamheden niet aannemelijk is gemaakt.