ECLI:NL:HR:2006:AV3384
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over merken- en auteursrechtelijke bescherming van G-Star Elwood spijkerbroek tegen Benetton
Deze zaak betreft een geschil tussen G-Star International B.V. en Benetton Group SpA over de auteursrechtelijke en merkenrechtelijke bescherming van de Elwood spijkerbroek van G-Star. G-Star vorderde onder meer een verbod op de vervaardiging en verkoop van een Benetton-broek die volgens haar inbreuk maakte op haar Benelux-vormmerken en auteursrechten. Benetton bestreed deze vorderingen en stelde onder meer dat de vormmerken nietig waren wegens gebrek aan onderscheidend vermogen en dat de vorm een wezenlijke waarde aan de waar gaf.
De rechtbank wees grotendeels de vorderingen van G-Star toe, maar het hof vernietigde delen van dat vonnis en oordeelde dat er sprake was van inbreuk op de vormmerken en auteursrechten van G-Star. Het hof overwoog dat de vormmerken onderscheidend vermogen bezitten en dat het kniestuk een eigen beschermingswaarde heeft. Tevens werd vastgesteld dat cumulatie van merk- en auteursrechtelijke bescherming mogelijk is indien er een specifiek belang bestaat.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof ten onrechte het onderscheidend vermogen beoordeelde op het moment van het inroepen van de bescherming en niet op het moment van depot. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de uitsluiting van inschrijving van een vormmerk dat uitsluitend bestaat uit een vorm die een wezenlijke waarde aan de waar geeft, niet kan worden omzeild door inburgering. Daarom verwees de Hoge Raad prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen over de uitleg van deze uitsluiting. Verder bevestigde de Hoge Raad dat cumulatie van merk- en auteursrechtelijke bescherming mogelijk is mits er een aanvullend belang is. De zaak is geschorst in afwachting van de uitspraak van het Hof van Justitie.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de zaak en stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van de uitsluiting van vormmerken die een wezenlijke waarde aan de waar geven.