Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 20 juni 2024 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser, wettelijk vertegenwoordigd door [naam 1] ,
Inleiding
Totstandkoming van de besluiten
- Over januari 2022 24 uur per week
- Over februari 2022 17 uur per week
- Over de periode van maart tot en met december 2022 9 uur per week.
Beroepsgronden
Verweer
Juridisch kader
Oordeel van de rechtbank
toereikendmoet zijn. In artikel 4.1 van de Nadere regels jeugdhulp gemeente Breda 2020 (Nadere regels) is wel expliciet bepaald dat de hoogte van een pgb toereikend is om effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen. Alhoewel ook de bewoording van artikel 8.1.1., eerste lid, van de JW – dat het pgb de jeugdige en zijn ouders
in staat stelt omjeugdhulp te betrekken – er op duidt dat het pgb toereikend moet zijn [2] , is in de wet niet bepaald welk pgb tarief toereikend is.
“Hier is van belang dat de hoogte van het budget, wil een budget voor de jeugdige of zijn ouders een zinvol alternatief zijn, zodanig zal moeten zijn dat deze met het budget de vastgestelde jeugdhulp ook daadwerkelijk kan inkopen, terwijl anderzijds voor de gemeente van belang is dat dit alternatief slechts zinnig zal zijn wanneer het budget lager is dan de kosten van een voorziening die voor een gemeente door een aanbieder wordt geleverd. De gemeenten kunnen in de verordening differentiëren tussen de hoogte van het budget voor professionele jeugdhulp en niet-professionele jeugdhulp.”
“Als het gaat om het mogelijk inkopen van ondersteuning in het informele circuit, d.w.z. bij personen die behoren tot het sociale netwerk van de jeugdige of zijn ouders – krijgt de gemeente de bevoegdheid in de verordening te bepalen dat hiervoor nadere voorwaarden gelden. Zo kan bijvoorbeeld worden bepaald dat het persoonsgebonden budget alleen ingezet kan worden als de informele hulp goedkoper is dan formele hulp.”
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep tegen bestreden besluit I niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen bestreden besluit II ongegrond.