ECLI:NL:RBZWB:2024:4098
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen DNA-afname na veroordeling mishandeling en diefstal ongegrond verklaard
De veroordeelde heeft bezwaar gemaakt tegen het afnemen en verwerken van zijn DNA-profiel na een veroordeling voor mishandeling en diefstal op 18 januari 2024. Hij stelt dat de veroordeling onterecht is en vreest verwisseling van zijn DNA-materiaal vanwege technische problemen bij de afname.
De rechtbank heeft het bezwaar behandeld en overwogen dat de Wet DNA voorziet in het afnemen van DNA bij veroordeelden van bepaalde misdrijven, tenzij uitzonderlijke omstandigheden zich voordoen. De rechtbank concludeert dat mishandeling en diefstal relevante misdrijven zijn waarvoor DNA-onderzoek van belang kan zijn.
Daarnaast is beoordeeld of de persoon van de veroordeelde uitzonderlijke omstandigheden biedt om afname te weigeren, zoals een zeer gering recidiverisico of ernstige lichamelijke beperkingen. Dit is niet het geval, mede gelet op eerdere contacten met justitie en een gemiddeld recidiverisico volgens het reclasseringsadvies.
De rechtbank weegt ook de privacyaspecten en concludeert dat de Wet DNA voldoet aan de eisen van noodzakelijkheid en proportionaliteit onder artikel 8 EVRM Pro. De bezwaren over mogelijke fraudegevoeligheid en technische problemen worden niet voldoende onderbouwd.
Daarom verklaart de rechtbank het bezwaar ongegrond en handhaaft zij het bevel tot DNA-afname en verwerking.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel is ongegrond verklaard.