Belanghebbende, vennoot van een vennootschap onder firma, maakte bezwaar tegen aanslagen inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) over de jaren 2014, 2015, 2017, 2018, 2021 en 2022. Hij stelde dat te veel bijdrage was betaald vanwege dubbele heffing over een arbeidsongeschiktheidsuitkering.
De inspecteur wees de bezwaren af, waarbij verzoeken voor 2014, 2015 en 2017 niet-ontvankelijk werden verklaard wegens overschrijding van de vijfjaarstermijn. Voor 2018 en 2021 werd een nihil-aanslag opgelegd, en voor 2022 was reeds een teruggaafbeschikking vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en dat de wet geen grond biedt voor vermindering of aanvullende teruggaaf. De aanslagen waren terecht vastgesteld, en het beroep werd ongegrond verklaard. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.