ECLI:NL:RBZWB:2024:3750
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar naheffingsaanslag wegens overschrijding termijn
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag die door de inspecteur van de Belastingdienst was opgelegd. De rechtbank had op 17 november 2023 het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard omdat het bezwaar niet-ontvankelijk was wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
In het verzet betwist belanghebbende dat de naheffingsaanslag tijdig is verzonden en stelt dat hij deze pas kort voor het indienen van het bezwaarschrift heeft ontvangen. De rechtbank beoordeelt of het eerdere oordeel over de niet-ontvankelijkheid terecht was en concludeert dat de inspecteur nog niet heeft gereageerd op de stelling van belanghebbende omtrent de verzendtijd.
Gezien de vaste jurisprudentie ligt de bewijslast van de verzenddatum bij de inspecteur. De rechtbank verklaart het verzet gegrond om de inspecteur alsnog in de gelegenheid te stellen te reageren. De eerdere uitspraak komt te vervallen en de procedure wordt hervat. Een proceskostenvergoeding wordt niet toegekend omdat belanghebbende deze stelling eerder had kunnen inbrengen. Het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt in een later stadium beoordeeld.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de procedure wordt hervat.