ECLI:NL:RBZWB:2024:3748
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaren wegens overschrijding bezwaartermijn
Belanghebbende heeft verzet ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank van 17 november 2023 en 12 januari 2024, waarin zijn beroepen ongegrond werden verklaard wegens niet-ontvankelijkheid van bezwaren wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank heeft de verzetten op 21 mei 2024 behandeld en beoordeelt of de eerdere uitspraken terecht waren. Belanghebbende betwist dat de naheffingsaanslagen tijdig zijn verzonden en stelt deze pas kort voor het indienen van de bezwaarschriften te hebben ontvangen.
De rechtbank volgt de vaste jurisprudentie dat de verzender, hier de inspecteur, moet aantonen wanneer de stukken zijn verzonden. Omdat de inspecteur nog niet heeft kunnen reageren op deze betwisting, verklaart de rechtbank het verzet gegrond om de inspecteur die gelegenheid te geven.
Hierdoor vervallen de eerdere uitspraken en worden de onderzoeken hervat in de stand van zaken ten tijde van die uitspraken. De rechtbank wijst proceskostenvergoedingen af vanwege het late tijdstip van de betwisting door belanghebbende en zal nog niet beslissen over verzoeken om immateriële schadevergoeding.
Uitkomst: De verzetten van belanghebbende zijn gegrond verklaard en de onderzoeken worden hervat.