ECLI:NL:RBZWB:2024:3175
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens fout parkeren op vergunninghoudersplaats
Betrokkene kreeg op 23 februari 2022 een boete opgelegd wegens het parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders zonder de vergunning duidelijk zichtbaar te tonen. Betrokkene voerde aan dat hij rechtmatig parkeerde met een vergunning, maar kon dit niet aantonen volgens de rechter. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene in beroep ging bij de kantonrechter.
De kantonrechter stelde vast dat de gedraging vaststaat op basis van foto’s en de verklaring van de verbalisant, en dat betrokkene onvoldoende aannemelijk maakte dat hij rechtmatig parkeerde. Wel werd geoordeeld dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden door betrokkene niet te horen, wat een matiging van 25% rechtvaardigt. Daarnaast was de redelijke termijn voor behandeling van de zaak met 1,5 maand overschreden, wat een extra matiging van 25% oplevert.
De kantonrechter verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond en matigde de boete tot € 50,- plus € 9 administratiekosten. Tevens werd de officier van justitie opgedragen het teveel betaalde bedrag aan betrokkene terug te betalen. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Boete gematigd tot € 50,- plus administratiekosten wegens schending hoorplicht en overschrijding redelijke termijn.