ECLI:NL:RBZWB:2024:2960
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting woning Tilburg
Belanghebbende is eigenaar van een twee-onder-een-kap woning in Tilburg waarvan de WOZ-waarde op 1 januari 2021 is vastgesteld op €451.000. Tegen deze waardebeschikking en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) heeft belanghebbende bezwaar gemaakt, dat door de heffingsambtenaar is afgewezen.
Belanghebbende voerde onder meer aan dat de heffingsambtenaar niet alle gevraagde taxatiegegevens had verstrekt en dat de waarde te hoog was vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat de gevraagde taxatieverslagen niet relevant waren voor de waardebepaling van de woning van belanghebbende en dat er geen schending van artikel 40 Wet Pro WOZ heeft plaatsgevonden.
De rechtbank beoordeelt de waardering aan de hand van de vergelijkingsmethode met referentiewoningen die voldoende vergelijkbaar zijn en concludeert dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen tussen de woningen, zoals het gebruiksgenot van de zolder. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen omdat de woningen niet identiek zijn. De waarde van €451.000 wordt niet te hoog geacht en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en de aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van €451.000 blijft gehandhaafd.