ECLI:NL:RBZWB:2024:2810

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 maart 2024
Publicatiedatum
30 april 2024
Zaaknummer
10542000 \ MB VERZ 23-779
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 1 EVRMWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke gegrondverklaring beroep tegen verkeersboete wegens hinderlijk parkeren met matiging boete

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het zodanig parkeren van een voertuig dat gevaar of hinder voor het verkeer werd veroorzaakt op 15 januari 2022 in Waalwijk. Betrokkene stelde dat hij op een parkeerterrein zonder vakken stond en geen hinder veroorzaakte. De officier van justitie handhaafde de boete, stellende dat het voertuig midden in een doorgang stond en deze belemmerde.

De kantonrechter oordeelde op basis van de verklaring van de verbalisant en een foto dat de boete terecht was opgelegd, omdat de parkeervakken duidelijk waren aangegeven en het voertuig de doorgang blokkeerde. De door betrokkene ingestuurde foto werd niet aannemelijk geacht.

Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling van het beroep met twee maanden was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen. Tevens werd een proceskostenvergoeding van €218,75 toegekend voor de kantonrechterfase.

De kantonrechter vernietigde de beslissing van de officier van justitie, matigde de boete tot €112,50 plus administratiekosten en veroordeelde de officier tot vergoeding van de proceskosten. Betrokkene en zijn gemachtigde waren niet aanwezig bij de zitting.

Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard, de boete wordt met 25% gematigd en een proceskostenvergoeding wordt toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 10542000 \ MB VERZ 23-779
CJIB-nummer: 0062 5422 4706 7683
uitspraakdatum: 18 maart 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 maart 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C.M. Oostdam (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene en gemachtigde zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd op 15 januari 2022 om 13:43 uur op De Els in Waalwijk.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stond geparkeerd op een parkeerterrein waar de parkeervakken niet aangegeven waren. Betrokkene heeft ook geen hinder veroorzaakt.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De vakken op het parkeerterrein zijn zichtbaar en het voertuig stond midden in een doorgang en heeft hiermee deze doorgang belemmerd. De gedraging kan worden vastgesteld en de boete is terecht opgelegd. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het beroep inhoudelijk ongegrond te verklaren, echter wegens een overschrijding van de redelijke termijn de boete met 25% te matigen. Tot slot verzoekt de zittingsvertegenwoordiger de proceskostenvergoeding te beperken tot de kantonfase.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant en een foto van de situatie op 15 januari 2022 om 13:43 uur - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De parkeervakken op het terrein zijn immers duidelijk aangegeven. De later vanuit betrokkene toegezonden foto lijkt niet overeen te komen met de eerder vastgestelde gedraging en doet absoluut geen recht aan de situatie zoals door betrokken verbalisant is vastgesteld. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd dan ook geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd.
Overschrijding redelijke termijn
Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete. In dit geval is de boete opgelegd op 15 januari 2022 en is de redelijke termijn dus met 2 maanden overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskostenvergoeding
Nu de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten in de fase waarin de redelijke termijn is overschreden, dus de kosten van het beroep bij de kantonrechter.
De kantonrechter zal een proceskostenvergoeding toekennen voor het indienen van het beroepschrift, te weten 1 punt x gewicht 0,25 x € 875,- = € 218,75.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep gegrond en vernietigt die beslissing;
‒ verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond en wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat de boete wordt gematigd tot € 112,50 plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 37,50 dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 218,75.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. de Brouwer, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. C.A. Lequin, en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: