ECLI:NL:RBZWB:2024:276
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde en aanslag OZB woning te Breda
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te Breda, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op € 997.000 en na bezwaar verlaagd naar € 949.000. Tevens werd beroep ingesteld tegen de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) die hiermee samenhangt.
De rechtbank beoordeelde of de waarde te hoog was vastgesteld aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen werden gebruikt die vergelijkbaar zijn qua type, bouwjaar en ligging. Belanghebbende voerde onder meer aan dat onjuiste objectgegevens en onjuiste vergelijkingen waren gebruikt, en dat een deel van zijn perceel onrechtmatig werd gebruikt door de gemeente.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende inzichtelijk had gemaakt hoe de waarde was vastgesteld, inclusief correcties voor verschillen tussen de woning en referentiewoningen. De stelling dat het perceel bezwaard zou zijn door gemeentelijk gebruik werd niet aannemelijk gemaakt. Ook werd geoordeeld dat de bezwaaruitspraak voldoende was gemotiveerd en dat het beroep tegen de aanslag watersysteemheffing buiten beschouwing bleef omdat daartegen geen gronden waren aangevoerd.
Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond, waardoor de WOZ-waarde van € 949.000 en de aanslag OZB gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de waarde van € 949.000 blijft gehandhaafd.