Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor het niet verlenen van voorrang aan een voorrangsvoertuig op 10 december 2021 in Bergen op Zoom. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde zonder betrokkene te horen, waarna betrokkene hoger beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en dat de boete terecht is opgelegd. Wel is de hoorplicht geschonden omdat betrokkene niet is gehoord in de fase bij de officier van justitie, wat leidt tot vernietiging van diens beslissing. Daarnaast is de redelijke termijn voor de procedure overschreden.
Daarom verklaarde de kantonrechter het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond, matigde de boete met 25% vanwege de schending van de hoorplicht en de termijnoverschrijding, en kende een proceskostenvergoeding toe. De boete werd gematigd tot €125 plus administratiekosten en het teveel betaalde bedrag moet worden terugbetaald.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard, boete gematigd tot €125 en proceskostenvergoeding toegekend.