Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het doorrijden bij een rood verkeerslicht op de Graaf Engelbertlaan te Breda op 7 december 2021. Betrokkene en zijn gemachtigde voerden aan dat de gedraging niet had plaatsgevonden en dat er geen verklikkerlicht aanwezig was. De verbalisant verklaarde echter dat het rode licht ongeveer drie seconden brandde toen betrokkene doorreed, en dat het verkeerslicht was gecontroleerd.
De kantonrechter achtte de verklaring van de verbalisant betrouwbaar en concludeerde dat de gedraging wel degelijk had plaatsgevonden. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling van de zaak was overschreden, aangezien de boete op 7 december 2021 werd opgelegd en de uitspraak pas op 19 februari 2024 volgde.
Daarom werd de boete met 25% gematigd. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van de kantonrechterfase, aangezien de overschrijding van de redelijke termijn zich in deze fase voordeed. De officier van justitie werd veroordeeld tot terugbetaling van een teveel betaalde zekerheidstelling en tot vergoeding van de proceskosten.
De kantonrechter wees het beroep dus gedeeltelijk toe, wijzigde de boete, en wees een proceskostenvergoeding toe aan betrokkene. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.