ECLI:NL:RBZWB:2024:1475
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM die was opgelegd naar aanleiding van de registratie van een Ford Mustang Convertible. De inspecteur had de aanslag verlaagd na bezwaar, maar belanghebbende betwistte de hoogte van de aanslag, met name de handelsinkoopwaarde en waardevermindering wegens schade en schadeverleden.
De rechtbank onderzocht de taxatierapporten van zowel belanghebbende als de inspecteur en concludeerde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van meer dan normale gebruiksschade of een waardevermindering wegens schadeverleden. Ook de door belanghebbende aangevoerde koerslijst werd afgewezen wegens onvoldoende vergelijkbaarheid.
De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht en naar de juiste hoogte was opgelegd. Wel werd een immateriële schadevergoeding van €500 toegekend wegens een overschrijding van de redelijke termijn van drie maanden. Daarnaast werden proceskosten en griffierecht aan belanghebbende vergoed door de Staat.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard, met toekenning van een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.